02 juni 2026

Onze reactie op het coalitieakkoord

Natuur beschermen, niet alleen beleven

Coalitieakkoord

Een nieuw college, een nieuw akkoord. Wij lazen het door, en hadden er wat over te zeggen. Fractievoorzitter Niek Brunninkhuis nam het woord in de raad. Over de mooie aspecten uit het akkoord, maar ook over wat er ontbreekt: dierenwelzijn is nergens in het akkoord te bekennen, stikstof wordt gezien als een vergunningsprobleem is, en natuur heeft volgens het akkoord pas waarde als het beleefd kan worden.

Volledige bijdrage

Voorzitter,

Dank aan de formateur en aan de vier partijen voor het akkoord. We zien er punten in terug die ons aanspreken. Bijvoorbeeld het hoofdstuk over biodiversiteit en landschap, de vergroening van versteende wijken en de Posbank het hele jaar autovrij. Ook het afschaffen van de hondenbelasting staat erin. Dat waarderen we!

Maar de rode draad van dit akkoord lijkt versnellen en minder regels. Vergunningstrajecten die korter moeten, bouwen aan de randen van de dorpen. En snelheid is op zichzelf helemaal niet verkeerd, maar de natuur lijkt daar de prijs voor te betalen. En dat terwijl die op allerlei fronten onder druk staat.

Bijvoorbeeld: stikstof. In het vorige akkoord, van 4 jaar geleden, stond stikstof bij de oorzaken van natuurverlies. In dit akkoord komt stikstof ook twee keer voor, maar beide keren als belemmering voor woningbouw die moet worden weggenomen. De coalitie lijkt te suggereren dat stikstof een papieren obstakel is, maar het verzuurt de bodem en vreet aan onze biodiversiteit. Als we alleen naar de vergunningen kijken en niet naar natuurherstel, lossen we het onderliggende probleem niet op, en blijft dit dossier ons achtervolgen.

Het vorige akkoord noemde het behouden, beschermen en versterken van natuur als hoofddoel, en erkende eerlijk dat de natuur achteruitgaat. Die erkenning is nu weg. In dit akkoord staat de ‘beleefbaarheid’ centraal, met meer nadruk op recreatie en toerisme. Er staat letterlijk dat “natuur pas echt waarde heeft als deze beleefd kan worden”. Alsof de natuur niet de basis is van ons bestaan, en de dieren die er leven er voor ons zijn, om naar te kijken. Het biodiversiteitsplan van onze gemeente noemt recreatiedruk en verstoring ook juist als oorzaak van die achteruitgang. Beleven en beschermen kúnnen samengaan, maar dan moet bescherming het uitgangspunt blijven, en niet de beleefbaarheid.

Dan de natuur in de dorpen. Dit akkoord wil het onderhoudsniveau ervan verhogen. We vragen ons af wat dat betekent. Is dat meer maaien? Grote bomen kappen omdat ze teveel troep geven, en vervangen kleine exemplaren? Want gifvrij en ecologisch beheer, dat in het vorige akkoord wel stond én een uitkomst was van het burgerberaad, komt nu niet meer terug.

Op een paar plekken blijft het akkoord bij het volgen van bestaande kaders. Bij houtstook volgt het de landelijke regels en wordt het schone luchtakkoord omarmd, en bij gezonde voeding sluit het aan bij bestaande landelijke programma's. Prima als basis, maar eigen ambitie zie ik niet. Laat staan lef.

En dan klimaat. Hier zie ik dezelfde beweging. Het akkoord doet veel aan klimaatadaptatie, aan het aanpassen aan hitte en hevige regen met vergroening en wateropvang. Dat is nodig. Maar je aanpassen aan de gevolgen is iets anders dan je verantwoordelijkheid nemen om klimaatverandering te helpen voorkomen. Die kant, het terugdringen van onze eigen uitstoot, krijgt te weinig aandacht. De energietransitie staat er vooral in vanuit haalbaarheid en betaalbaarheid, minder als klimaatdoel. En waar het vorige akkoord nog CO2-neutraal in 2040 wilde, gaat dit akkoord voor klimaatneutraal voor 2050, tien jaar later.

Een mooie manier om toe te werken naar klimaatneutraliteit, is plantaardiger eten. Eén van de uitkomsten van het burgerberaad in 2022 was actieve voorlichting over de klimaatimpact van vlees en zuivel. Dat advies is toen niet overgenomen, en komt ook in dit akkoord niet terug. Ik vind het opmerkelijk dat plantaardiger eten zo gevoelig ligt, want het vraagt weinig en levert veel op: het kost veel minder ruimte, stoot veel minder uit, en er hoeven veel minder dieren voor te sterven.

Dat brengt me bij wat in dit akkoord volledig ontbreekt: dierenwelzijn. Het staat er niet in als beleidsthema, en niet in de portefeuilleverdeling.

Veel besluiten van deze raad raken dieren, bij bouwprojecten en groenbeheer, bij evenementen en bij handhaving. Als er geen vaste plek in het beleid is en geen duidelijk aanspreekpunt binnen het college, raken dierenbelangen versnipperd over meerdere portefeuilles. De wettelijke zorgplicht komt dan pas in beeld als er al een probleem is.

We zien het ook in de praktijk. Bij het Rozendaalse Veld liggen werkzaamheden nu stil omdat de beschermingsmaatregelen voor dieren niet op orde bleken. En dat is geen uitzondering. Er zijn tientallen Nederlandse projecten waarbij te laat rekening houden met beschermde soorten heeft geleid tot vernietigende uitspraken en soms jarenlange stilstand. Dit akkoord zegt zelf problemen te willen voorkomen in plaats van achteraf te repareren. Wij zouden zeggen: doe dat hier ook. Vroeg meewegen van dierenwelzijn in de planvorming kan vertraging en extra kosten voorkomen.

Naast de wettelijke plicht en de praktische kant is er ook een moreel argument. Filosofen zeggen al eeuwen dat bescherming van dieren niet moet afhangen van hun nut voor mensen, maar van hun vermogen om pijn en angst te voelen. Een gemeente die zegt oog te hebben voor kwaliteit van leven, moet die dat alleen voor mensen laten gelden?

De Partij voor de Dieren pleit voor het verankeren van dierenwelzijn in het gemeentelijk beleid. We komen daarom niet vanavond, maar op een later moment met een motie waarmee we die wens voorleggen aan deze raad.

Dank u wel.